Leestijd minuten -
Dezelfde functie, andere belasting: waarom de één klachten krijgt en de ander niet
Twee medewerkers. Dezelfde functie. Dezelfde werkzaamheden. Misschien zelfs dezelfde werkplek. En toch kan de één de werkzaamheden zonder problemen uitvoeren, terwijl de ander merkt dat het werk steeds meer moeite kost.
Hoe kan dat?
Omdat dezelfde functie niet automatisch betekent dat de belasting en belastbaarheid voor iedere medewerker hetzelfde zijn.

Wat vraagt het werk?
Bij fysieke belasting denken we al snel aan zwaar tillen of ander fysiek zwaar werk. Maar fysieke belasting is breder. Denk bijvoorbeeld aan hoe vaak een handeling wordt uitgevoerd, hoe lang iemand in dezelfde houding werkt, hoeveel kracht nodig is, hoeveel herhaling er is en in welk tempo het werk wordt uitgevoerd.
Ook de manier waarop het werk georganiseerd is, speelt een rol. Is er voldoende afwisseling? Zijn er mogelijkheden voor herstel? Kan iemand het werktempo beïnvloeden? En zijn hulpmiddelen beschikbaar én praktisch te gebruiken?
Alleen kijken naar een functieomschrijving zegt daarom niet altijd genoeg over de daadwerkelijke belasting gedurende een werkdag.
En dan is er de belastbaarheid
Binnen de bedrijfsfysiotherapie kijken we naar de verhouding tussen belasting en belastbaarheid. De belasting is wat het werk van iemand vraagt. De belastbaarheid is wat iemand op dat moment aankan.
Die belastbaarheid is niet voor iedereen hetzelfde en kan bovendien veranderen. Denk bijvoorbeeld aan fysieke conditie, herstel na eerdere belasting, slaap of tijdelijke fysieke klachten. Dat betekent niet automatisch dat er iets ‘mis’ is met de medewerker.
De vraag is vooral: Past wat het werk op dit moment vraagt bij wat iemand op dit moment aankan?
Dezelfde functie betekent niet dezelfde balans
Twee medewerkers kunnen op papier precies hetzelfde werk doen, maar dat betekent niet dat de balans tussen belasting en belastbaarheid hetzelfde is.
Ook de daadwerkelijke uitvoering kan verschillen. De één verdeelt werkzaamheden bijvoorbeeld anders over de dag, gebruikt een hulpmiddel vaker of heeft meer mogelijkheden om taken af te wisselen.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar welke werkzaamheden iemand uitvoert, maar ook naar hoe vaak, hoe lang, op welke manier en onder welke omstandigheden.
Wat kun je als leidinggevende of HR-professional doen?
Je hoeft niet zelf te beoordelen waar lichamelijke klachten vandaan komen. Je kunt wel kijken naar wat er in het werk gebeurt en daarover het gesprek aangaan.
Let bijvoorbeeld op:
- klachten die vooral bij bepaalde taken of momenten ontstaan;
- werkzaamheden die langdurig achter elkaar worden uitgevoerd;
- weinig afwisseling tussen zitten, staan, lopen of fysiek zwaardere taken;
- hulpmiddelen die niet of nauwelijks worden gebruikt;
- medewerkers die steeds minder tijd nemen voor herstel;
- meerdere medewerkers die bij hetzelfde werk vergelijkbare klachten ervaren.
Stel daarbij werkgerichte vragen, bijvoorbeeld:
- “Bij welke werkzaamheden merk je dat het lichamelijk zwaarder wordt?”
- “Zijn er taken die je lang achter elkaar uitvoert?”
- “Kun je voldoende afwisselen gedurende de dag?”
- “Zijn de hulpmiddelen die beschikbaar zijn ook praktisch bruikbaar?”
- “Zijn er momenten waarop het werktempo of de planning voor problemen zorgt?”
- “Wat zou in het werk kunnen helpen om de belasting beter te verdelen?”
Zo blijft het gesprek gericht op het werk en op mogelijke oplossingen.
De oplossing ligt niet automatisch bij de medewerker
Wanneer iemand fysieke klachten krijgt, wordt soms vooral naar één kant gekeken.
Moet de medewerker sterker of fitter worden?
Of juist: moeten we de werkplek of werkzaamheden aanpassen?
Maar vaak is het niet zo zwart-wit.
Misschien kan het werk anders worden georganiseerd. Misschien kan een hulpmiddel beter worden ingezet. Misschien is meer afwisseling mogelijk. Of misschien kan de medewerker de eigen belastbaarheid verder opbouwen.
Denk bijvoorbeeld aan:
- werkzaamheden anders over de dag verdelen;
- meer afwisseling tussen taken;
- werktempo of planning aanpassen;
- beschikbare hulpmiddelen beter inzetten;
- de werkplek of werkhouding bekijken;
- voldoende momenten voor herstel organiseren;
- instructie geven over een andere manier van werken.
Een bedrijfsfysiotherapeut kijkt daarom juist naar de wisselwerking tussen mens en werk: wat vraagt het werk, wat kan de medewerker aan en waar zitten mogelijkheden om die twee beter op elkaar aan te laten sluiten?
Dat kan betekenen dat er gekeken wordt naar de manier van werken, fysieke belasting, werkorganisatie, hulpmiddelen, afwisseling en herstel, maar ook naar mogelijkheden om de belastbaarheid te vergroten.
Wanneer schakel je een bedrijfsfysiotherapeut in?
Wacht niet altijd tot lichamelijke klachten tot verzuim leiden. Het kan juist zinvol zijn om eerder mee te laten kijken, bijvoorbeeld wanneer:
- een medewerker terugkerende lichamelijke klachten ervaart tijdens het werk;
- onduidelijk is welke werkzaamheden de meeste fysieke belasting geven;
- aanpassingen onvoldoende effect hebben;
- meerdere medewerkers bij vergelijkbaar werk klachten ervaren;
- je wilt voorkomen dat beginnende klachten verergeren;
- een medewerker na uitval weer werkzaamheden gaat opbouwen.
De bedrijfsfysiotherapeut kan samen met werkgever en medewerker kijken waar de belasting ontstaat en welke praktische aanpassingen mogelijk zijn.
Niet zo min mogelijk belasten, maar passend belasten
Het doel is niet om fysieke belasting zo laag mogelijk te maken. Bewegen en fysieke belasting horen bij werk en zijn niet per definitie een probleem.
Het gaat erom dat de belasting passend is bij de belastbaarheid en dat er voldoende mogelijkheden zijn voor variatie en herstel. Daarom hoeft dezelfde oplossing ook niet voor iedere medewerker te werken.
Niet de medewerker óf het werk staat centraal, maar de wisselwerking tussen beide
En juist daar kijkt de bedrijfsfysiotherapeut naar: om fysieke klachten te verminderen, uitval waar mogelijk te voorkomen en medewerkers gezond en duurzaam aan het werk te houden.
Ontvang onze maandelijkse nieuwsbrief
Ontdek onze artikelen, whitepapers, podcasts en meer.
.png?h=377&iar=0&w=377)