Leestijd 3 minuten -
Waarom lukt rust nemen thuis wel en op het werk niet?
Dit artikel is geschreven door Marijke Vink | GZ-Psycholoog, EMDR therapeut VEN® bij belife
“Ik weet dat ik rust moet nemen, maar ik vind dat ik eerst mijn werk af moet hebben.”
Onlangs sprak ik een cliënt die iets niet deed wat voor veel mensen vanzelfsprekend is: lunchpauze nemen. Hij at zijn boterham al jaren achter zijn computer, zo verloor hij zo min mogelijk tijd en kon hij ondertussen doorwerken.

Thuis lukte ontspannen hem prima. Hij fietste, kookte uitgebreid met zijn vrouw, luisterde naar muziek en kluste in de tuin: activiteiten waar hij energie van kreeg en die hij, na een lange periode van overbelasting, geleidelijk weer had opgepakt. Op het werk kwam er van pauzeren nog niets terecht. We spraken er meerdere keren over. Hij begreep precies waarom het belangrijk was. Toch lukte het niet.
En juist dat vond ik interessant. Waarom lukt het iemand thuis wél om tijd voor zichzelf te nemen, en op het werk niet?
Hij was door de bedrijfsarts naar mij verwezen omdat zijn balans tussen belasting en belastbaarheid al langere tijd onder druk stond: een uitgedund team, vacatures die niet duurzaam ingevuld raakten en steeds meer neventaken in werk dat juist concentratie en overzicht vroeg. Zichzelf omschreef hij als kwaliteitsgericht, gewetensvol en perfectionistisch, met de neiging zijn eigen grenzen pas laat op te merken.
Veel leidinggevenden en HR-professionals zullen dit herkennen. Een medewerker die structureel pauzes overslaat, lijkt soms vooral betrokken of loyaal. Maar doorgaan zonder herstel kan ook een signaal zijn dat de werkdruk, verantwoordelijkheidsgevoelens of perfectionistische patronen te groot worden.
Wanneer presteren onderdeel wordt van je identiteit
Als je jezelf ziet als iemand die betrouwbaar is, kwaliteit levert en verantwoordelijkheid neemt, kan stoppen tijdens werktijd ongemakkelijk voelen. De gedachte is dan: “Ik moet eerst mijn werk af hebben.” Maar bij dit soort medewerkers is het werk nooit helemaal af. Er is altijd nog een mail, nog een vraag, nog iets dat beter kan.
De lunchpauze wordt dan niet ervaren als onderdeel van goed functioneren, maar als tijd waarin je niet aan het werk bent. En precies daar ontstaat een patroon: iemand slaat de pauze over om meer gedaan te krijgen, raakt daardoor vermoeider, verliest focus en heeft vervolgens méér tijd nodig om hetzelfde werk goed te doen. Wat begon als verantwoordelijk gedrag gaat zo uiteindelijk ten koste van kwaliteit en duurzame inzetbaarheid.
In de gesprekken onderzochten we daarom niet wat hij anders moest doen, dat wist hij allang, maar welke overtuiging het pauzeren in de weg zat. De vraag die het meeste opleverde was: “Wat betekent het voor jou als je midden op de dag je werk onderbreekt?” De antwoorden gaan over “ik loop achter”, “als ik pauzeer kom ik daarna misschien niet meer in het ritme” en “een goede werknemer zorgt dat het werk afkomt.”
Herstel of vermijding?
Daarbij is het de moeite waard om onderscheid te maken tussen twee soorten stoppen. Soms neemt iemand pauze om daadwerkelijk te herstellen: even naar buiten, rustig lunchen, bewegen, contact maken met een collega. Maar doorgaan kan ook vermijding zijn — stoppen betekent immers ruimte om te voelen hoe moe, gespannen of onzeker je eigenlijk bent. Druk blijven voelt dan tijdelijk prettiger.
Daarom is “neem meer pauze” zelden een bruikbaar advies. De vraag die verder brengt, is: wat maakt het moeilijk om te stoppen, en wat gebeurt er als je wél even stilstaat?
Een medewerker die geen pauze neemt, hoeft niet per definitie bijzonder gemotiveerd of productief te zijn. Structureel doorgaan kan juist een signaal zijn dat de balans tussen belasting en belastbaarheid onder druk staat.
Wat kan een leidinggevende hiermee?
Let bijvoorbeeld op iemand die structureel pauzes overslaat, tijdens de lunch achter het scherm blijft zitten, steeds meer taken naar zich toetrekt of ook buiten werktijd blijft nadenken over het werk.
Begin het gesprek dan niet met “je moet meer pauze nemen”. Een betere opening is: “Ik zie dat je vaak doorgaat en weinig pauze neemt. Hoe lukt het jou eigenlijk om gedurende de dag te herstellen?” Dat levert vaak een beter gesprek op. Misschien blijkt de werkbelasting objectief te hoog, is de bezetting onvoldoende of zijn prioriteiten onduidelijk. Misschien speelt er daarnaast iets bij de medewerker zelf: perfectionisme, moeite met grenzen, of de overtuiging dat rust nemen gelijkstaat aan minder presteren. Vaak is het een combinatie.
Zeg dus liever niet:
- “Je moet gewoon pauze nemen.”
- “Je bent zelf verantwoordelijk voor je rust."
- “Zet dan gewoon je laptop dicht.”
- “Je moet het werk wat meer loslaten.”
- “Niemand vraagt van je dat je zo hard werkt.”
Dat klinkt logisch, maar helpt meestal weinig als iemand vastzit in een patroon van verantwoordelijkheid, perfectionisme of schuldgevoel.
Wat je wél kunt doen, is samen onderzoeken wat pauze nemen moeilijk maakt.
Bijvoorbeeld met vragen als:
- “Wat maakt het lastig om je werk midden op de dag te onderbreken?”
- “Wat gebeurt er als je wél pauze neemt?”
- “Welke taken of verwachtingen zorgen ervoor dat je blijft doorgaan?”
- “Zijn de prioriteiten duidelijk genoeg?”
- “Wat moeten we praktisch aanpassen zodat herstellen gedurende de dag haalbaar wordt?”
Kijk daarbij niet alleen naar de medewerker, maar ook naar het werk. Zijn er te veel taken? Is de bezetting te krap? Zijn deadlines realistisch? Is duidelijk wat eerst moet en wat kan wachten? Als de werkdruk structureel te hoog is, lost een lunchwandeling het probleem niet op.
Je kunt als leidinggevende ook helpen door pauzes normaler te maken binnen het team. Bijvoorbeeld door zelf niet standaard door te werken tijdens de lunch, overleggen niet altijd rond lunchtijd te plannen, afspraken te maken over bereikbaarheid en expliciet te benoemen dat herstel onderdeel is van goed functioneren.
Daar ligt ook de meerwaarde van de GZ-psycholoog: niet alleen kijken naar wát iemand doet, maar onderzoeken waarom een patroon zo hardnekkig is geworden: de wisselwerking tussen persoonlijkheid, overtuigingen, gedrag en werkomstandigheden. Het doel is niet om iemand minder betrokken of minder ambitieus te maken, maar om ervoor te zorgen dat hij zijn kwaliteiten kan blijven inzetten zonder zichzelf voortdurend voorbij te lopen.
Als iemand ondanks aanpassingen blijft doorgaan, steeds verder uitgeput raakt of rust nemen als falen blijft ervaren, kan het zinvol zijn om professionele ondersteuning te bespreken. Bijvoorbeeld via de bedrijfsarts, een GZ-psycholoog of een andere passende route.
Rust is geen onderbreking
Bij mijn cliënt werd de lunchpauze uiteindelijk meer dan een halfuur waarin hij zijn boterham niet achter zijn computer at. Het werd een oefening in iets veel groters: mag ik tijdens mijn werk ook voor mezelf zorgen?
Efficiënt werken betekent niet dat iedere minuut productief moet zijn. Wie langdurig geconcentreerd, zorgvuldig en verantwoordelijk wil blijven functioneren, heeft ook herstel nodig. Rust nemen is geen onderbreking van goed functioneren, het is er een onderdeel van.
Marijke Vink, GZ-psycholoog bij belife (onderdeel van Arbo Unie)
Deze bijdrage geeft een inkijkje in het werk van de GZ-psycholoog en is niet bedoeld als diagnostiek of individueel behandeladvies. Wil je een vraagstuk vrijblijvend voorleggen? Neem contact op met je vaste contactpersoon bij belife of Arbo Unie, of mail naar: info@belife.nl.
Ontvang onze maandelijkse nieuwsbrief
Ontdek onze artikelen, whitepapers, podcasts en meer.
.png?h=377&iar=0&w=377)